Constructies

Dit object (ongeveer 3 meter hoog) van Wim van Dam, dat van grenenhout is gemaakt, hing in een park in Sassenheim. Het is een voorbeeld van een “onmogelijke” driehoek. De vijf kubussen die op een horizontale rij bovenaan hangen, zijn als het ware één zijde van de driehoek. Aan de uiteinden van deze horizontale zijde hangen vier kubussen (schuine zijdes), maar het is onmogelijk wat er met de bevestigingen aan de laatste kubus gebeurt: bij welke schuine zijde hoort nu deze laatste kubus?

 

Deze onmogelijke situatie ontstaat als je het object vanuit één bepaald punt bekijkt. Loop je er met een boog van negentig graden omheen dan zie je een totaal ander object, wat de onmogelijkheid bekeken vanuit het eerste observatiepunt doet begrijpen.

 

voorbeeld

Kunst ontmoet Wiskunde_Gallerie_Tensigrety

 

Dit object op de Universiteit van Twente bestaat uit palen en trekdraden. Het is een tensigrety: als je een draad zou doorknippen dan stort het werk in elkaar. Het is een idee van “iets is noodzakelijk en voldoende”. Voor deze constructie zijn specifieke berekeningen onmisbaar.

 

In de lezing komen ook andere constructies aan de orde waarbij berekeningen noodzakelijk zijn. Bijvoorbeeld om “onmogelijke dingen” te maken of voor het samenstellen van kunstwerken uit onderdelen. Het “dubbelverstek zagen” komt ook aan bod.